WATER WORDT WIJN, HET NIEUWE VERBOND
Op de derde dag was er een bruiloft in Kana, in Galilea. De moeder van Jezus was er, en ook Jezus en zijn leerlingen waren op de bruiloft uitgenodigd. Toen de wijn bijna op was, zei de moeder van Jezus tegen Hem: ‘Ze hebben geen wijn meer.’ ‘Vrouw, wat wilt u van Me?’ zei Jezus. ‘Mijn tijd is nog niet gekomen.’ Daarop sprak zijn moeder de bedienden aan: ‘Doe maar wat Hij jullie zegt, wat het ook is.’ Nu stonden daar voor het Joodse reinigingsritueel zes stenen watervaten, elk met een inhoud van twee à drie metrete. Jezus zei tegen de bedienden: ‘Vul de vaten met water.’ Ze vulden ze tot de rand. Toen zei Hij: ‘Schep er nu wat uit, en breng dat naar de ceremoniemeester.’ Dat deden ze.
En toen de ceremoniemeester het water dat wijn geworden was, proefde – hij wist niet waar die vandaan kwam, maar de bedienden die het water geschept hadden wisten het wel – riep hij de bruidegom en zei tegen hem: ‘Iedereen zet zijn gasten eerst de goede wijn voor en als ze dronken zijn de minder goede. Maar u hebt de beste wijn tot nu bewaard!’
Dit heeft Jezus in Kana, in Galilea, gedaan als eerste teken; Hij toonde zo zijn grootheid en zijn leerlingen geloofden in Hem. Daarna ging Hij naar Kafarnaüm, met zijn moeder, zijn broers en zijn leerlingen, en daar bleven ze een paar dagen.
(Johannes 2: 1-12 NBV21)
Overwegingen en uitleg van de Schrift.
De Here Jezus begon zijn dienstwerk toen Hij ongeveer 30 jaar was. Tot die tijd trad Hij niet in het openbaar op: “ En Hij, Jezus, was ongeveer dertig jaar toen Hij Zijn dienstwerk begon.” (Lucas 3: 23). In de Joodse cultuur en het Joodse geloof (Numeri 4:2-3) was 30 jaar de leeftijd om toe te treden tot een belangrijke dienst, zoals voor de Levieten de priesterdienst. Jozef was 30 jaar toen hij in dienst trad bij de farao van Egypte. Op diezelfde leeftijd werd David koning: “Dertig jaar oud was David toen hij koning werd; veertig jaar heeft hij geregeerd.( 2 Samuel 5:4 HSV). Zo lezen we dus dat ook de Here Jezus vanaf zijn dertigste zijn dienstwerk begon.
Als de Here Jezus iets doet of zegt heeft dat altijd een diepere betekenis. En ik geloof dat het ook hier het geval is. Het is niet zomaar een wonder op zich, maar het is ook een vooruitblik op wat nog komen gaat. Wat meteen opvalt is dat de Here Jezus zijn moeder wijst op Zijn Hoedanigheid en haar plaats ten aanzien van Hem. Al snel wordt dat Maria duidelijk.
En ze zegt dan ook direct nadat de Here Jezus haar daarop heeft gewezen tegen de bedienden, dat zij naar Jezus moeten luisteren en moeten doen wat Hij ook zegt.
Er zijn Bijbelvertalingen waarbij het lijkt dat er sprake is van een ongepast antwoord van de Here Jezus Jezus aan Zijn moeder. In de zin van “wat heb ik met u te maken vrouw”.
Of “Wat wilt u van mij vrouw?” In de Herziene Statenvertaling staat bijvoorbeeld:
“Vrouw, wat heb Ik met u te doen? Mijn uur is nog niet gekomen.”
Heel anders in de Fryske Bibel staat: “Lit dat mar oan my oer, frou. It is myn tied noch net.”
In het Nederlands: “Laat, dat maar aan Mij over, vrouw. Het is mijn tijd noch niet.” Ook op een andere plaats in de bijbel noemt Jezus Zijn moeder “Vrouw”. En wel in Johannes 19:26-27 (NBV21) tijdens Zijn kruisiging: “ Toen Jezus zijn moeder zag staan, en bij haar de leerling van wie Hij veel hield, zei Hij tegen zijn moeder: ‘Vrouw, dat is uw zoon,’ en daarna tegen de leerling: ‘Dat is je moeder.’ Vanaf dat moment nam die leerling haar bij zich in huis.” Daarom denk ik dat we niet uit moeten gaan van een ongepaste terechtwijzing van de Here Jezus, maar wel van het rechtzetten van de verhoudingen tussen Hem en Zijn moeder, waarbij Jezus als haar Heer boven haar is gesteld. En Maria beseft dat meteen!
Bij dit wonder toont Jezus Zijn Goddelijke Grootheid, hoewel Hij onder de mensen heeft gewoond als een mens, was Hij zoals Johannes het heeft omschreven Gods Zoon.
“ Gods Zoon is het ware licht, dat schijnt voor alle mensen. Hij kwam naar de wereld, die Hij zelf gemaakt had. Maar toen Hij in de wereld was, begrepen de mensen niet wie Hij was.
Hij kwam bij Zijn eigen mensen, maar die wilden niet in Hem geloven.
Toch waren er ook mensen die wel in Hem geloofden. Zij mochten kinderen van God worden.” (Johannes 1: 10 -12 BGT)
De Here Jezus zegt tegen de bedienden dat zij de reinigingsvaten moeten vullen met water tot aan de rand toe, wat getuigt van het maximum dat mogelijk is. Zo is het ook met de genade van God: “Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.”
(Johannes 3:6 HSV)
Deze vaten werden gebruikt om zich te reinigen voordat men aan de bruiloftsmaaltijd ging. De Here Jezus laat ons wellicht in dit wonder zien, dat water weliswaar het lichaam reinigt, zoals in de Joodse wet is bepaald bij de door God gegeven reinigingsrituelen, maar dat er een Nieuw Verbond komt waardoor zowel lichaam als ziel wordt gereinigd. Zo wordt duidelijk dat waar het reinigende water wordt vervangen door wijn, dit een heenwijzing is naar het Bloed van Christus dat wordt vergoten tot vergeving van zonden. Dat immers is de betekenis van Het Nieuwe Verbond van God met de mensen door Jezus Christus. Water wat gezien kan worden als het oude verbond, wordt wijn. En wijn staat voor het Bloed van Christus.
De Here Jezus maakt dat later duidelijk bij de instelling van het Heilig Avondmaal: “En terwijl zij aten, nam Jezus het brood en toen Hij het gezegend had, brak Hij het en gaf het aan de discipelen en Hij zei: Neem, eet, dit is Mijn lichaam. Hij nam ook de drinkbeker en nadat Hij gedankt had, gaf Hij hun die, en zei: Drink allen daaruit, want dit is Mijn bloed, het bloed van Het Nieuwe Verbond, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden.” (Mattheus 26: 26-28 HSV).
De ceremoniemeester van de bruiloft in Kana zegt nadat hij de wijn heeft geproefd:
‘Iedereen zet zijn gasten eerst de goede wijn voor en als ze dronken zijn de minder goede. Maar u hebt de beste wijn tot nu bewaard!’
{Johannes 2: 10 NBV21)
We mogen het dan zo begrijpen. De “beste wijn” is Het Nieuwe Verbond waarover Jezus sprak toen Hij het Avondmaal instelde. Dat verbond vervangt alle voorgaande verbonden. In Hebreeën 9 :13 (NBV21) staat het zo uitgelegd: “ Zo is Hij dan bemiddelaar van een Nieuw Verbond; Hij is immers gestorven om ons te verlossen van de overtredingen tegen het eerste verbond. Nu kunnen allen die geroepen zijn het beloofde eeuwige erfdeel ontvangen.”
Als het water in de reinigingsvaten staat voor het eerste verbond waarbij dieren werden geofferd en bloed daarvan werd gesprenkeld om de zonden van het volk te bedekken, staat de wijn in de reinigingsvaten voor het Bloed dat Christus plengt, omdat Hij Zichzelf offert om de zonden van alle volken te verzoenen. God heeft de beste wijn, het beste verbond voor het laatst bewaard in Christus Die Hij gezonden heeft om ons te behouden.
Na het Nieuwe Verbond door Jezus Christus komt er geen ander verbond meer, omdat wat Hij heeft gedaan toereikend is. “De beste wijn voor het laatst bewaard” wijst op het Nieuwe Verbond omdat dit Verbond beter is dan alle voorgaande verbonden, zoals het verbond onder de wet van Mozes, waarbij de hogepriester offers bracht voor zichzelf en voor het volk om zich voor God te verootmoedigen en de zonden voor God te belijden.
Aan het Nieuwe Verbond hangt de Belofte van God, dat Hij wie deel heeft aan dat Nieuwe Verbond door het geloof in God en Jezus Christus, de Heilige Geest ontvangt in zijn of haar hart. De Heilige Geest zal de mens onderwijzen over de levensweg die moet worden bewandeld in navolging van Christus, teneinde geheiligd en gereinigd te zijn voor God.
De Heilige Geest legt de wetten van God in ons hart en in ons verstand.
In Hebreeën 10: 14-18 (NBV21) is het als volgt verwoord:
“Door deze Ene Offergave heeft Hij hen die zich door Hem laten heiligen voorgoed tot volmaaktheid gebracht. Hiervan legt ook de heilige Geest voor ons getuigenis af, want nadat Hij gezegd heeft: ‘Dit is het verbond dat Ik in de toekomst met hen zal sluiten,’ spreekt de Heer: ‘In hun hart zal Ik mijn wetten leggen, in hun verstand zal Ik ze neerschrijven, en aan hun zonden en hun wetteloosheid zal Ik niet meer denken. Waar dat alles vergeven is, daar is geen offer voor de zonde meer nodig.” Dat was een belofte aan Israël, en wij mogen door Jezus Christus deelgenoten zijn in die belofte van God.
“Op de derde dag was er een bruiloft in Kana, in Galilea. De moeder van Jezus was er, en ook Jezus en zijn leerlingen waren op de bruiloft uitgenodigd.” (Johannes 2:1-2 NBV21)
Door het ingrijpen van de Here Jezus op de derde dag van het feest kan de bruiloft doorgang vinden. Nadat de Here Jezus was gestorven aan het kruis is Hij op de derde dag door God opgewekt uit de dood. Door Zijn Offer kan Gods Heilsplan met de mensen doorgang vinden, wat uitmondt in de Bruiloft van het Lam.
Gods Heilsplan houdt in dat een ieder die gelooft in Gods Beloften van eeuwig leven door het werk van Jezus Christus, behouden zal worden. Al wie behouden wordt zal deelnemen aan de Bruiloft van het Lam. Al wie geroepen zijn tot de Bruiloft van het Lam, dat is Christus.
Wie geroepen is en hoort, gehoorzaamt God en Zijn Zoon Jezus Christus en richt zijn leven in naar Gods wil. Daarom zegt de Here Jezus meerdere keren in de Schrift: “ Wie oren heeft om te horen, die hore”. Horen staat niet alleen voor luisteren. Dat is slechts het begin.
Het vervolg is “die hore”, dat wil zeggen die handelt naar hetgeen hij heeft gehoord, die gehoorzaamt naar wat hij heeft gehoord. Zo iemand is in staat, als hij zich tot God heeft bekeerd, zich te heiligen voor God en wil God en Jezus Christus gehoorzamen en behagen. Dat uit zich in geloof, liefde voor God en de naaste en een geheiligde levensweg.
Zo iemand is het “gegeven zich met smetteloos en blinkend fijn linnen te kleden, want dit fijne linnen zijn de gerechtigheden van de heiligen.”
“En ik hoorde zoiets als een geluid van een grote menigte en als een gedruis van vele wateren en een geluid als van zware donderslagen: Halleluja, want de Heere, de almachtige God, is Koning geworden. Laten wij blij zijn en ons verheugen en Hem de heerlijkheid geven, want de Bruiloft van het Lam is gekomen en Zijn Vrouw heeft zich gereedgemaakt.
En het is Haar gegeven zich met smetteloos en blinkend fijn linnen te kleden, want dit fijne linnen zijn de gerechtigheden van de heiligen. En hij zei tegen mij: Schrijf: Zalig zijn zij die geroepen zijn tot het avondmaal van de Bruiloft van het Lam. En hij zei tegen mij: Dit zijn de waarachtige woorden van God.” (Openbaringen 19:6-9 HSV)
Met “Zijn Vrouw” wordt de Gemeente van Christus bedoeld, die bestaat uit mensen uit alle landen en talen, uit alle rassen en van alle tijden die in God geloven en in Het Nieuwe Verbond. In het verlossende werk van Jezus Christus en Zijn Opstanding en Hemelvaart. Mensen die zich bekeerd hebben van hun vroegere ongeloof en zijn wedergeboren in het Ware Geloof. Mensen die worden geleid en geïnspireerd door de Heilige Geest en daarnaar leven (gerechtigheden van de heiligen) en die verlangend uitzien om bij de Heer te zijn en uitzien naar de Tweede Komst van Jezus Christus in Heerlijkheid.